Een flinke regenbui kan in korte tijd meer water op je dak en terras laten vallen dan het riool aankan. Tegelijk staan veel tuinen in de zomer droog en grijp je dan naar de kraan met kostbaar drinkwater. Door regenwater zelf op te vangen en vast te houden, sla je twee vliegen in één klap: je bespaart water en je helpt wateroverlast in je straat te beperken.
Je hoeft daarvoor geen grote verbouwing te doen. Van een simpele regenton tot een ondergronds infiltratiesysteem of een groene wadi: er is voor bijna elke tuin een passende oplossing. Hieronder lees je hoe ze werken en waar je op let.
De regenton als eenvoudige start
Een regenton is de makkelijkste manier om te beginnen. Je sluit hem aan op de regenpijp met een vulautomaat of regenpijpvulling, zodat het water in de ton loopt tot die vol is. Daarna stroomt het overtollige water gewoon weer door naar de afvoer. Zo voorkom je dat de ton overloopt en je muur of terras nat wordt.
Kies een formaat dat past bij je dakoppervlak en je gebruik. Een ton van 200 liter is snel vol bij een stevige bui, dus wie veel planten heeft, kan beter twee tonnen koppelen of voor een grotere opslag gaan. Zet de ton op een stevige verhoging, dan past er een gieter onder de kraan. Een deksel houdt bladeren, muggen en kinderhanden buiten.
Infiltratiekratten onder de grond
Wil je het water niet bewaren maar juist laten wegzakken in de bodem, dan zijn infiltratiekratten een slimme keuze. Dit zijn holle kunststof kratten die je ingraaft en omwikkelt met worteldoek. De regenpijp wordt erop aangesloten, waarna het water in de kratten loopt en langzaam in de omringende grond trekt. Bovenop kun je gewoon gras, tegels of borders aanleggen.
Let wel op de bodemsoort en de grondwaterstand. Op zandgrond werkt infiltratie meestal prima, maar zware klei laat water slecht door. Ook moeten de kratten boven het grondwater blijven. Doe daarom eerst een eenvoudige proef: graaf een gat, vul het met water en kijk hoe snel het wegzakt. Plaats de kratten bovendien op enige afstand van de fundering van je huis.
Een wadi als groene buffer
Een wadi is een verlaagd stuk tuin waar regenwater tijdelijk kan blijven staan en vervolgens in de bodem wegzakt. Het is eigenlijk een ondiepe kom met beplanting die tegen natte voeten én droogte kan. Denk aan grassen, lis, kattenstaart of moerasvergeet-mij-niet aan de randen. Na een bui staat er even water, een dag later is de wadi weer droog.
Een wadi is niet alleen praktisch, maar ook goed voor insecten en vogels. Hij past vooral in wat grotere tuinen, maar met een kleine variant van een paar vierkante meter kom je ook al een eind. Wil je inspiratie voor geschikte planten en tuinindelingen, dan vind je op www.tuinblogmagazine.nl uiteenlopende artikelen over tuinieren en beplanting.
Welke oplossing past bij jouw tuin?
De beste keuze hangt af van je ruimte, bodem en wensen. Vaak werkt een combinatie het best: een regenton voor het gieten en een infiltratiesysteem of wadi voor het overschot. Stel jezelf vooraf een paar vragen.
- Hoeveel dakoppervlak watert af via je regenpijpen?
- Wil je water bewaren om te gieten of vooral laten wegzakken?
- Is je bodem zanderig of juist kleiachtig?
- Hoeveel ruimte heb je boven en onder de grond?
- Mag je de regenpijp afkoppelen van het riool volgens je gemeente?
Meer doen met minder tegels
Naast opvangsystemen helpt het enorm om je tuin minder te verharden. Elke tegel die je vervangt door gras, planten of grind zorgt dat regen direct de bodem in kan. Ook halfopen bestrating, zoals grastegels of klinkers met brede voegen, laat water doorsijpelen. Een groen dak op de schuur of carport houdt bovendien een deel van de neerslag vast en vertraagt de afvoer.
Informeer ook bij je gemeente of waterschap. Veel gemeenten moedigen het afkoppelen van regenpijpen aan en hebben soms regelingen of advies over de aanleg. Zo weet je meteen of er regels gelden voor de afstand tot de erfgrens of de aansluiting op het riool.

